Dutch
Home ] Up ]

 

Enkele notities over de familie Adrian Johan Elings

Door W. T. Block, C. Konynenbelt en Ron Van Zomeren

Nederland, Texas; Lethbridge, Alberta, Canada & Galesburg, Michigan

{De meeste eer voor het tot stand komen van dit verhaal kom toe aan de heer Ron Van Zomeren en mevrouw Carol Konynenbelt}

Tijdens de aanleg van de Kansas City Southern Railroad van Kansas City naar Port Arthur, Texas, in het midden van de negentiger jaren van de negentiende eeuw, kocht spoorwegmagnaat Arthur Stilwell 42.000 acres (ca. 10.500 hectare) land tussen Beaumont en Sabine Pass in Texas, prairieland waar geen boom groeide. Hij was van plan dit lege gebied te koloniseren met immigranten uit Holland, Duitsland en Rusland; alleen immigratie vanuit Holland naar Nederland kwam van de grond. Adrian J. Elings, zijn vrouw Agatha en vier kinderen maakten deel uit van de eerste groep kolonisten die in november 1897 zouden arriveren.

“… We waren dank verschuldigd aan het Nederlandse Volk voor hun steun aan de Kansas City Southern,” herinnerde Stilwell zich. “…Dus stichtte ik een stad en noemde die Nederland en wees mijn gezanten er op het platteland van Holland af te gaan om een goed soort burgers warm te maken voor de pas opgezette gemeenschap. We brachten ze onder in een groot hotel dat speciaal hiervoor gebouwd was…” 1

Stilwell zond zijn Hollandse agenten die de emigratie moesten voorbereiden, Albert Kuipers, B.J. Dijksma en G.W. Kilsdonk, terug naar de landbouwprovincies Noord-Holland, Friesland, Groningen en Gelderland om landbouwers, melkveeboeren, kwekers en handwerkslui te werven om naar Texas te gaan. Een advertentie in de kranten schilderde Nederland af als een Tuin van Eden in Texas in plaats van de open prairie die het was. Vandaar dat veel Hollanders erg teleurgesteld waren toen ze er eenmaal aankwamen. 2 Omdat Adrian J. Elings een hotel bezat in Amsterdam, is het verleidelijk om aan te nemen dat hij met opzet werd gerecruteerd om het nieuwe Orange Hotel te beheren dat drie verdiepingen en 33 kamers telde en bedoeld was als onderdak voor immigranten tot ze huizen voor zichzelf gebouwd konden hebben.

Agatha Elings (1853-1926) and husband, Adrian Johan Elings (1857-1941), longtime hotel operators in Amsterdam, Holland, arrived in Nederland with first contingent on Nov. 18, 1897. They were the host family in the Orange Hotel from Nov. 1897 until Dec. 1, 1900, when they moved to Amsterdam, Montana. They later homesteaded at Conrad, MT. before moving to Zillah, Washington, where they are also buried.Adrian J. Elings werd geboren in Amsterdam op 30 juni 1857. Zijn vrouw, voorheen Agatha Stufkens (of Stufkes), werd geboren op 25 juli 1853 in Gorinchem (hoewel sommige nazaten dachten dat het in Brussel was). Van hun leven in Holland is vrijwel niets bekend behalve dat ze lange tijd in Amsterdam woonden waar ze een hotel runden. Onlangs heeft Willem Frederiks onderzoek gedaan bij het Gemeente-archief van Amsterdam. Hij ontdekte dat het paar terug verhuisd was naar het adres Daniël Stalpertstraat 51 in Amsterdam nadat ze daarvoor in Rotterdam en Amsterdam hadden gewoond. In 1883 werkte Adrian als kellner in een hotel. Ze trouwden hoogstwaarschijnlijk in 1880 omdat hun oudste kind in maart 1882 werd geboren. En omdat hun jongste kind in 1888 werd geboren in Amsterdam, hebben ze kennelijk lange tijd in die stad gewoond. Frederiks noemde hun kerkelijke voorkeur “Nederlands Hervormd.” 3 Ron Van Zomeren stelde vast dat de naam Adrian J. Elings al in de zeventiende en achttiende eeuw vermeld wordt in Noord-Brabant en Noord-Holland.

Omstreeks oktober 1897 ging de familie Elings in Antwerpen aan boord van het lijnschip “Olinda” van de Duitse Diedericksen lijn. Ze werden vergezeld door Kuipers. Het schip dokte in Galveston op 14 november 1897. Van deze eerste groep van 50 immigranten hadden 46 mannen, vrouwen en kinderen als bestemming Nederland. Het nieuwsblad van Galveston was zeer lovend over deze immigranten en meldde dat de Hollanders de “schoonste, bestgeklede mensen waren die sinds vele jaren in Galveston waren aangekomen. Niemand had minder dan $ 30 in zijn bezit en verscheidene personen spreken wat Engels…” De immigranten reisden met de Gulf and Interstate Railroad naar Beaumont en vandaar via de lijn van de Kansas City Southern naar Port Arthur waar ze de nacht van 17 november doorbrachten in het Nash Hotel. De volgende morgen werden ze naar het Orange Hotel in Nederland gebracht, waar de gastvrouw, Agatha Elings, tot haar verdriet kon beginnen te koken voor 46 hongerige gasten. 4

De kinderen Elings waren bij aankomst tussen de 9 en 15 jaar oud. De eerste zes maanden dat ze in Nederland woonden, konden ze niet naar school. Het waren John D. Elings, geboren in Rotterdam op 11 maart 1882 (trouwde met Priscilla van Dyken), Caroline, geboren in Amsterdam op 2 januari 1884 (trouwde met Clauson Bos), Joe Elings, geboren op 1 december 1886 (trouwde met Minnie Hyink), en Dick (of Dirk) Elings, geboren in Amsterdam op 16 mei 1888 (trouwde met Freda Kemper). 5 Toen de familie Elings in Nederland arriveerde, stonden daar alleen het hotel, twee gebouwen die als winkels werden gebruikt, en één of twee huizen. Alleen een stuk van twee blokken van de Heeren Straat was verhard, en wel met schelpen; alle andere straten in het bouwplan en de uitgaande wegen waren onverhard. De eerste school begon in mei 1898 in een kamer achter het hotel. De onderwijzeres kwam uit Beaumont en Klaas Koelemay, afkomstig uit Hoogkarspel, trad op als tolk.

Het is bekend dat een reden waarom A.J. Elings Holland wenste te verlaten, was dat het hotel in Amsterdam eiste dat hij op zondags zou werken terwijl hij een vroom lid van de Christelijk Gereformeerde Kerk was. De reden waarom hij Nederland, Texas, verliet, kan ook geweest zijn dat het niet te vermijden was dat hij ’s zondags aanwezig was in het Orange Hotel. Het Orange Hotel diende echter ook gedurende misschien twee jaar als plaatselijke kerk. De dienst werd daar iedere zondag geleid door een lekenvoorganger, Dirk Ballast. In mei 1898 kwam Dr. Henry Beets uit Sioux Center in Iowa naar Nederland met de bedoeling een kerkgemeente op te zetten die verbonden zou zijn met de Classis van Iowa. De spoorwegmaatschappij bouwde in 1898 een Christelijk Gereformeerde kerk op de hoek van Kuipers- en Heerenstraat ( nu 10th en Boston), hoewel de gemeente toen uit slechts vier families bestond en 28 leden had. 6

Bekend uit die begintijd is dat Agatha Elings een weelderige dis serveerde. Een maaltijd kostte 25 cent; een kostganger betaalde $15,50 per maand waarvoor ook de was werd gedaan. Op 6 september 1898, bij de viering van de kroning van koningin Wilhelmina, serveerde mevrouw Elings de vele honderden bezoekers aan de stad Hollandse soep, gekookte vis, gebraden vlees, savoye kool, groene erwten, gebraden kip, lamsvlees, Liberty cake, en ijs. Vers vlees, ijs en zelfs afvalhout van de houtzagerijen bedoeld als haardhout werd dagelijks uit Beaumont aangevoerd. Een krantenartikel vermeldde: “…Een woord van lof voor de heer en mevrouw Elings die de zorg voor onze eerste noden op zich hebben genomen. Ik moet zeggen dat zij die met me mee reisden, dankbaar waren voor de zorg die ze voor een schappelijke prijs ontvingen van meneer Elings, de manager van het Orange Hotel…” 7

Het hotel had een bibliotheek van 1000 Hollandse boeken en een speelkamer waar immigranten in hun vrije tijd bijeen kwamen om spellen te spelen. Op zaterdagavond werden de tafels aan de kant geschoven om te kunnen dansen. Het meest populaire nummer op de avond van het kroningsfeest was de “Rose Grip Polka” die door Dieuwertje Koelemay op de cither getokkeld werd en wier muzikale betovering de tenen van de polka dansers leidde. De bezoekers uit Beaumont en Port Arthur waren “… er allen van overtuigd dat de Hollanders weten hoe ze een feestje kunnen bouwen zodat alle aanwezigen veel plezier kunnen hebben…” 8 Het huwelijk van Will Block sr. (mijn vader) met Dieuwertje Koelemay in 1898 was de eerste trouwerij in de Hollandse gemeenschap.

De familie Elings vertrok in 1900 uit Nederland en vestigde zich eerst aan de Oostkust. De reden voor Adrian Elings om weg te gaan uit Nederland is onbekend, maar nazaten benadrukken dat hij niet graag op één plek bleef. Andere redenen zijn ook mogelijk, gedurende de zomer was het er heet en er waren veel muskieten. Nederland was erg primitief in die eerste twee jaar en mevrouw Elings heeft zich vaak moeten afbeulen bij het werk in het hotel. Van de ongeveer 350 Hollanders die tegen 1902 in Nederland aankwamen, vertrokken er een volle 200 naar de Hollandse kolonies in het noorden, of  keerden terug naar Holland. Willem Breukers noteerde in 1898: “Vrij goed in het oude land is beter dan erg goed in Texas…” 9

In december 1900 vestigde de familie Elings zich in New Glatz in Maryland, in Prince George County, op korte afstand zuid van Washington, DC. Uit onderzoek van Ron Van Zomeren bleek dat New Glatz gelegen was op de kruising van Arthur Drive en Oxon Hill Road; de laatste weg loopt parallel aan en enigszins west van Highway 210. Elings bleef maar twee jaar in New Glatz, misschien zelfs korter, en het is niet bekend welk beroep hij uitoefende, misschien landbouwer of  bouwersknecht. In ieder geval moet hij daar gehoord hebben van de nieuwe Hollandse kolonie ‘Amsterdam’ in Montana die aangelegd was langs een stuk van de Northern Pacific Railroad tussen Bozeman en Butt in Montana. In aantekeningen over de familie van Carol Konynenbelt wordt deze verhuizing gedateerd op rond 24 juni 1903. 10

Op 19 maart 2003 ontving Ron Van Zomerende de volgende e-mail van Gordon E. Katz met betrekking tot New Glatz: “…New Glatz ligt in Prince Georges County buiten Washington, DC… Het postkantoor werd gevestigd onder de naam Fort Foote op 3 januari 1871; de naam werd veranderd in New Glatz op 6 november 1893…. en is gelegen aan de oevers van de rivier de Potomac tegenover Alexandria in Virginia. Uit wat ik kan afleiden werd het postkantoor genoemd naar de stad Glatz in Pruisen. Een aantal immigranten uit Duitsland had zich in dat deel van het land gevestigd aan het eind van de negentiende eeuw…”

Om duidelijker te zijn, de stadjes of liever niet-georganiseerde dorpjes Manhattan, Belgrade, Amsterdam en Churchill liggen alle aan een stuk van nog geen vijftien kilometer langs Highway I-90, vijftien tot dertig kilometer noordwest van Bozeman. Manhattan en Belgrade zijn reguliere steden geworden, terwijl de Amsterdam en Churchill plaatsen zijn op ongeveer 15 kilometer ten zuiden van Manhattan. Omdat Amsterdam en Churchill niet als steden staan geregistreerd, ontvangen beide plaatsen post van de US Mail op landwegen en stadswegen die uitlopen vanuit het postkantoor van Manhattan.

Het boek “The Persistence of Ethnicity: Dutch Calvinist Pioneers in Amsterdam, Montana” geschreven door Rob Kroes is zo ongeveer de enige beschrijving van die vroege Hollandse kolonie in Montana. Het is eigenlijk intrigerend waarom Dr. Kroes (professor in ‘American Studies’ aan de Universiteit van Amsterdam) de kolonie in Montana verkoos boven de vele Hollandse kolonies die bestaan in Iowa en Michigan; misschien had hij wel familie daar. De volgende delen zijn uittreksels uit zijn boek: 11

“…Een zendeling van de Classis van Orange City in Iowa, van de Christian Reformed Church bezocht het gebied in de zomer van 1902 en leidde de dienst in de Hills School in het zuiden en de Heeb School in het noorden. In 1903 besloot een groep van 19 families en 5 vrijgezelle mannen van noord en zuid gezamenlijk een Christelijk Gereformeerde congregatie op te richten. Het lidmaatschap van de eerste kerkeraad was een afspiegeling van de bevestiging van de gemeente. De eerste ouderlingen waren J.H. Bos, A. Elings en W. Broekema; de eerste dekens E. Bos en J. Braaksma… Er werd besloten de kerk te bouwen op Church Hill (later veranderd in Churchill) midden in de nederzetting… De gemeente zou een snelle groei van haar aantal leden zien als gevolg van de instroom van nieuwe ingezetenen tot aan de Eerste Wereldoorlog. In 1906 telde deze in totaal 40 families; 50 in 1908, en 90 in 1913…”

Amsterdam en Churchill liggen in de Gallatin Valley die loopt tot in de noordwestelijke hoek van Yellowstone National Park, ten noorden van West Yellowstone. Carol Konynenbelt vond een interessante vermelding in een boek in haar bezit getiteld “A Goodly Heritage,” dat luidt als volgt: 12

“… In 1911, toen de Northern Pacific Railroad een lijn aanlegde door wat Amsterdam zou worden, was een aantal spoorwegmannen in de kost bij de familie Verwolf. Ze vroegen mevrouw Verwolf het dorp een naam te geven. Friese immigranten voelden er wel voor het Friesland te noemen. Anderen vonden dat het Johnstown genoemd moest worden, omdat er zoveel mannen waren die John heetten. Mevrouw Verwolf koos voor Amsterdam…”

Mensen die wonen in de buurt van Bozemen in Montana zijn er goed mee bekend dat Amsterdam op de kaart werd gezet door de vrij grote instroom van Hollandse immigranten. De Hollandse kolonie daar is veel ouder dan Nederland in Texas en kan het patroon of rolmodel geweest zijn waarmee Arthur Stilwell, de man van de Kansas City Railroad, wilde wedijveren toen hij Nederland stichtte. De oorsprong van de nederzetting begon toen ondernemers van de Manhattan Malting Company uit New York grote stukken bouwland kochten in de Gallatin River Valley. Een graansilo werd gebouwd en kilometers irrigatiekanalen werden gegraven die vol moesten stromen met water vanuit de Gallatin River. De West Gallatin Irrigation Company verwierf 28.000 acres (7.000 hectaren) land langs de Northern Pacific Railroad en daaraangrenzend waren nog eens 25.000 acres land in handen van de Federale overheid.

Tegen 1990 was de eerste hindernis genomen toen water in de 65 kilometer kanalen stroomde. Dominee A.J. Wormser, een Presbyteriaan, speelde een leidende rol in het recruteren van Hollandse landbouwers uit de provincies Friesland en Groningen en al snel waren Hollandse achternamen als Braaksma, Broekema, Weidenaar, Van Dyken, Alberda, Bos en Te Selle gewoon in de hele riviervallei. 13

In een brief geschreven door D.J. Walswood uit Wisconsin die in Amsterdam op bezoek ging (Avant Courier, 2 februari 1895), stond dat Jan TeSelle “3.500 schepels graan had geoogst van 120 acres,” en dat een andere landbouwer 10.600 schepels had gehaald van 320 acres land. John Weidenaar teelde 45 schepels gerst per acre en 65 schepels haver per acre. Het lijkt daarom waarschijnlijk dat de eerste landverhuizers die zich vestigden, tegen 1892 vanuit Holland aangekomen zijn, omdat Walwood in 1895 ervoer dat verscheidene Hollandse immigranten al aanzienlijke huizen en bijgebouwen bezaten. Walwood was de eerste onderwijzer van Amsterdam in 1893. 14

Reeds in 1903 was dominee J. Holwerda verbonden aan de Christian Reformed Church van Churchill. Terwijl hij daar voorganger was, werd het eerste kerkelijk huwelijk gesloten, waarbij William, zoon van Peter Alberda, trouwde met Clara, dochter van Jacob Braaksma. In 1908, toen dominee Holwerda werd opgevolgd door door dominee J. Vander Mey, kon de kerk zich voorstaan op 50 families onder zijn leden. In 1911 werd een nieuwe kerk gebouwd voor het bedrag van $ 24.400 en werd gewijd op 17 maart. In 1913 vertrok dominee Vander Mey. De post van voorganger bleef vacant tot de komst van dominee T. Vander Ark in 1917. Rond 1911 werd de Christian Reformed Church van Amsterdam verbonden met de Classis Pacific of North America. In 1923, bij de komst van dominee A.B. Voss, telde de namenlijst van de kerk 98 families van de 123 families die toen in de Hollandse gemeenschap woonden. Van 1928 tot 1942 was dominee Albert H. Bratt voorganger van de Christian Reformed Church van Manhattan. Hij werd in 1942 vervangen door dominee John DeJong. Tegen die tijd waren familienamen als DeBoer, Bos, Danhof, Noot, Triemstra, Bolhuis, Alberda en Dykman toegevoegd aan de namenlijst van de kerk. In januari 1949 verving dominee Peter Spoelstra dominee DeJong. De naam van de kerk is altijd gebleven de Manhattan Christian Reformed Church vanwege het postadres. 15

Een drietal drijfveren kunnen A.J. en Agatha Elings naar Conrad in Montana gelokt hebben. Ik heb geen gegevens van een volkstelling in Montana kunnen vinden, waarmee ik kon verifiëren of A.J. werkte als landbouwer, bouwersknecht, of wat dan ook, maar er lijkt weinig twijfel dat hij echt landbouwer was, tenminste tussen 1902 en 1908, en later in Conrad. Eén van die drijfveren was misschien zijn hang naar zwerven. Een tweede drijfveer kan een lange periode van droogte omstreeks 1908 geweest zijn wat altijd al een vloek is voor elke tarwekweker van de droge grond. Een derde drijfveer deed zich voor toen in die tijd het Bureau of Land Management land vrij gaf in de Teton en Pondera Counties waar men een huis kon bouwen en een bedrijf kon beginnen.

Enige kennis van de vroege geschiedenis van Conrad is ook een vereiste. De smalspoor Great Falls and Canada Railway werd in 1890 aangelegd om Canadese steenkool naar het noorden van centraal-Montana brengen. Het wild-west dorp Pondera was in die tijd al gebouwd, maar toen de Great Northern een standaard spoorlijn aanlegde op een anderhalve kilometer west van Pondera, verhuisden dorp en handelspost naar de plaats waar tegenwoordig Conrad ligt. In 1902 ging de Conrad Investment Company over tot het inmeten van de 600 acres die de plaats besloeg en deze werd als stad erkend in 1908. Het gebied had te lijden onder een verwoestende aanhoudende droogte tussen 1916 en 1926 wat waarschijnlijk voor A.J. Elings aanleiding was om weer eens te verhuizen. En in 1927 werd het grote Pondera olieveld bij Conrad ontdekt. 16

Recente correspondentie per e-mail van Carol Konynenbelt met David Elings maakte duidelijk dat de laatstgenoemde een doos met krantenknipsels heeft en een overlijdensbericht met een ‘in-memoriam’ van Dick (Dirk) Elings. Het in-memoriam beschreef  dat Dick in Texas aankwam toen hij zeven jaar oud was {fout – Dick die geboren was op 16 maart 1888, kwam op 14 november 1897 aan in Galveston, Texas}; dat hij in 1909 met zijn ouders verhuisde naar een boerderij op 15 km oost van Conrad; en dat hij in 1916 trouwde met Freda Kemper, het meisje van de naburige boerderij. 17

Adrian J. Elings diende kennelijk een verzoek in voor een stuk grond conform CA. 1912-1913 wat ingeschreven stond in Teton County (Patent nr. 633, 357) en was ondertekend namens president Woodrow Wilson op 23 december 1918. Het patent luidt als volgt:

“…De noordwest hoek van sectie 33, in Stadsdeel 28 Noord, Range 1 West, volgens de Montana Meridiaan, beslaande 160 acres, min of meer, in overeenstemming met de United States Government Survey hiervan…”

Vreemd genoeg en om ons niet bekende redenen droeg Adrian J. Elings het patent dat hij al bijna had gekregen, op 25 oktober 1917 voor $1 over aan Agatha Elings, één jaar voor de datum waarop het patent werkelijk werd toegewezen. De noordwest hoek van Teton County ligt op 5 tot 6 kilometer van Conrad en huis en bedrijf van Elings lagen hoogstwaarschijnlijk west zuidwest van Conrad, zo ongeveer in de buurt van het dorp Pendroy in Montana. Huis en bedrijf van Elings staan ingeschreven in zowel het gerechtsgebouw van Teton als dat van Pondera County. 18

Daarom had A.J. Elings in 1918 al twee jaar te maken met een lange verwoestende droogte welke in de buurt van Conrad duurde tot 1926. Een groot aantal graantelers van de droge grond nam zijn toevlucht naar elders, naar gebieden waar water voor irrigatie beschikbaar was. Omdat het gezin van Clauson en Carolina Bos al in 1918 verhuisd was naar Zillah in de staat Washington, was de teerling al geworpen dat A.J. en Agatha Elings hen zouden volgen. Gerald VandenAcre kon zich A.J. Elings niet herinneren, maar hij herinnerde zich wel John en Priscilla Elings die blijkbaar verhuisden naar het bedrijf waar A.J. afstand van gedaan had – volgens Joe Bos die nu 95 jaar oud is.

John D. en Priscilla Van Dyken Elings werden de ouders van 10 kinderen, van wie er in 2003 geen enkele meer in leven is. Het waren: Agatha Elings, 1910-1984, getrouwd met Art DeVries; Bert Elings, 1911-1990, getrouwd met Elizabeth VandenAcre; Annette Elings, 1912-1973, getrouwd met Cornelius Greyn; Adrian Elings, 1914-1975, getrouwd met Dororthy Vustnow; Don Elings, 1916-2000, getrouwd met Grace Yager; Lester Elings, 1918-1982, getrouwd met Ruth Vos; Priscilla Elings, 1921-1991, huwde eerst met Jack Welton en daarna met Tom Bryden; Jennie Elings, 1923-2003, getrouwd met Denny Fry; Robert Elings, 1923-1996, getrouwd met Leona O’Keefe; en Ed Elings, 1928-1995, die trouwde met Shirley Kincaid. 19

De volkstelling van 1920 in Pondera County liet zien dat John D. en Priscilla Elings en zes kinderen, alsmede Dick (Dirk) en Freda Elings en één kind werden geteld in Pondera County. Het register van overledenen (Death Index) van Montana liet zien dat veel van hen begraven zijn in Conrad, onder wie John D. Elings, gestorven op 4 maart 1967 op de leeftijd van 85 jaar; Priscilla Van Dyken Elings, overleden op 25 mei 1959, 78 jaar oud; zoon Robert, die 72 jaar oud overleed op 16 juli 1996; zoon Adrian J. die overleed op 18 december 1975, 61 jaar oud; en zoon Lester die op 8 januari 1982 op 63 jarige leeftijd overleed. 20

Joe en Minnie Elings woonden gedurende hun hele gehuwde leven in de buurt van Amsterdam-Churchill-Bozeman. Ze waren de ouders van vier dochters, namelijk Dena A. die op 19 november 1908 werd geboren en trouwde met Hebert Hokanson; Esther L., geboren op 18 maart 1916 en op 20 juni 1939 getrouwd met Joe Danhof; Dorothy, geboren op 4 mei 1923 en gehuwd met John Weidenaar; en Nettie Ruth die op 21 december 1921 werd geboren, trouwde met Leonard Reed en stierf op 11 april 1995. In de volkstelling van 1920 stond Joe Elings vermeld als 34 en Minnie Elings als 30 jaar oud. 21

De familie Joe Elings begon als landbouwers in Gallatin County. Later werd Joe Elings opzichter van een groep wegwerkers van de County welke de wegen in de County aanlegde en onderhield. Later had hij een baan als opzichter bij het High Line Canal, één van de irrigatiekanalen die door Gallatin County lopen. Eerst woonden ze in een huis dat Joe had gebouwd, noordwest van Amsterdam. Later verhuisden ze naar een huis dat eerder door Clauson Bos was gebouwd, op ongeveer een halve kilometer van de begraafplaats in Churchill. Tijdens hun latere jaren woonde het paar in Bozeman. Joe had bijzonder “groene vingers,” en zijn tuinen waren gevuld met bomen, struiken en bloemen. Zijn werkelijke liefhebberij was het kweken van gladiolen. Na zijn dood droeg de Gallatin Garden Club in 1953 zijn tuinententoonstelling op aan Joe Elings, en erkende hiermee dat hij één van de grootste autoriteiten van Montana was in het kweken van gladiolen. 22

Dirk (bekend als Dick) Anton Elings woonde nog bij zijn ouders in Conrad, Montana, toen hij in 1916 met zijn plaatselijke liefje, Freda Kemper (geboren in 1898) trouwde. Ze werden de ouders van drie kinderen, James T. (geboren in 1919), Richard en Ruth Elings (Bruinsma wier echtgenoot omkwam in de oorlog in Korea). Volgens een in-memoriam bij zijn overlijdensbericht ging Dirk Elings in 1915 naar school op Hope College. Hij diende ook in het Medical Corps tijden de Eerste Wereldoorlog. Volgens C. Konynenbelt was Dirk schoolmeester en later hoofd van de Brady High School voordat hij twee jaar naar het seminarie van de Christian Reformed Church in Holland, Michigan, ging. Later ging hij over naar het Western Theological Seminary (RCA) en in 1927 werd hij gewijd en kreeg hij de bevoegdheid van de Classis of the Cascades. Dus was Dick Elings 39 jaar oud toen hij dominee werd. 23

Dick Elings diende de Reformed Church van Monarch in de staat Alberta in Canada van juni 1927 tot 1933. Daarna was hij voorganger van de First Reformed Church van Yakima in de staat Washington van 1933 tot 1946 en hij woonde daar nog steeds toen zijn vader Adrian op 7 juli 1941 stierf in Zillah, en zijn vrouw Freda op 18 maart 1943 overleed in Yakima. Rond 1946 trouwde hij met Jean Rammerman. Hij gaf gehoor aan de roeping vanuit de Sandham Memorial Reformed Church in Monroe, South Dacota, in 1946, en de First Reformed Church in Platte, South Dacota, in 1950. Hij was net als regionaal zendeling terug bij de Classis of  the Cascades om een nieuwe kerk te stichten in Bellingham, Washington, toen hij op 8 juli 1951 aan de ontbijttafel een hartaanval kreeg en diezelfde middag stierf. Hij werd in Yakima begraven naast zijn vrouw Freda. 24

Gordon Assink was nog een jongen toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog deelnam aan de godsdienstklassen en diensten van dominee Dirk Elings bij de First Reformed Church in Yakima, Washington. Assink herinnerde zich dominee Elings als een “echte dominee… Niemand sprak hem aan bij zijn voornaam… Op zondag droeg hij een zwart pak, een jas met lange panden en een stijf wit overhemd. Voor hem gaan kerkleren; hij droeg praktisch altijd een pak… Eens per maand las hij een preek van de Catechismus van Heidelberg… Hij gaf op woensdag na schooltijd catechisatieles op de middelbare school…” Assink zat in zijn laatste klas van 1947. 25

Carolina Elings trouwde met Clauson Bos op 18 oktober 1905. Ze woonden in Churchill, Montana, van 1905-1918; in Zillah, Washington, van 1918 tot 1926; en gingen daarop terug naar Churchill. Clauson Bos was verscheidene jaren partner in een maatschap van graantelers, bekend als de ‘Bos Brothers.’ Er zijn nog foto’s waarop hun stoomtractor en dorsmachines te zien zijn.

Carolina en Clauson Bos waren de ouders van vijf kinderen. Joe (Johan) Adrian Bos, geboren op 12 oktober 1907 en op 16 oktober 1935 getrouwd met Cora Alberda, ze kregen vier kinderen; Grace Agatha Bos, geboren op 12 augustus 1909 en getrouwd met James Veltkamp die ergens in de buurt van Churchill en Bozeman woonden; John Henry Bos, geboren op 26 mei 1911 en getrouwd met Martha Veltkamp die boerde in de buurt van Churchill en Bozeman; Dick Adolf Bos, geboren op 4 maart 1913 en getrouwd met Jennie Hoekema (geboren op 8 april 1914 en overleden op 10 december 1986), die in San Diego woonde; en Henry James Bos (geboren op 8 juli 1914 en overleden op 7 oktober 1997) die trouwde met Nell Veltkamp, en werkte als landbouwer en handelsreiziger in de streek rond Churchill en Bozeman. 26

De familie Clauson en Carolina Bos verhuisde in 1918 naar Zillah in de vallei van de Yakima River in de staat Washington. Het volgende komt uit een e-mail van C. Konynenbelt die werd doorgestuurd door R. van Zomeren: 27

“… Harry TeSelle, een zoon van Aaltje Bos/TeSelle, leed ernstig aan astma in Montana; dus besloten ze om te proberen te boeren in de buurt van Zillah in Washington. Ze huurden een verhuiswagen waarin ze hun huisraad, gereedschap, een span muildieren en een koe laadden… Clauson Bos kwam mee in de verhuiswagen om de dieren te verzorgen…”

“… Clauson kwam terug naar Montana en besloot dat Zillah de plaats was om te gaan wonen. Ze hielden een veiling om hun huisraad te verkopen en gingen naar Zillah; mijn vader (Joe Bos) herinnert zich de verkoping. Clauson en Carolina woonden in een klein huis bij Moxee City (wat dichter bij Yakima ligt). Mijn broer Don (Bos) heeft het huis bezocht en een paar jaar geleden stond het er nog. Clauson leerde in die lente (appel)bomen snoeien voor een grote maatschappij die boomgaarden bezat…”

“… Toen het werk er dat seizoen opzat, kreeg hij een baan om machines te installeren voor de Tum Lumber Company die ook steenkool verkocht. Ze verhuisden in die tijd naar Zillah… Adrian en Agatha verhuisden enige tijd later naar Zillah… Toen ze omstreeks 1921 naar Zillah verhuisden, kwam een jongen met hen mee die John heette en die ze in Conrad geadopteerd hadden…”

In de volkstelling van 1920 in Yakima County werd de familie Clauson Bos geteld in de gemeente Orchardvale. De volgende informatie werd door Carol Konynenbelt verkregen van haar vader Joe en haar tantes die nog in leven zijn:

“… Clauson en Carolina (die Lena genoemd werd) verhuisden in het voorjaar van 1918 naar Moxee City waar ze in de boomgaarden werkten totdat ze niet meer konden. Joe en Grace moesten anderhalve kilometer lopen naar school. Joe herinnerde zich dat Moxee een Frans-katholieke stad was. Daarop verhuisden ze naar Zillah waar Clauson werk kreeg om machines te installeren. Daar gingen de kinderen naar school in Orchardvale…”

“… In die tijd reisde Clauson tijdens het dorsseizoen heen en weer naar Montana, terwijl Carolina en de kinderen in de boomgaarden werkten. Carolina werkte ook in de schuur waar ze appels sorteerde en verpakte. Clauson was vaak van huis, of elders aan het werk of op zoek naar werk. Joe herinnerde zich dat zijn moeder gelukkig was dat haar moeder naar Zillah verhuisde. Adrian werd toen conciërge op de school van Orchardvale en hij werkte ook in het koelhuis waar de appels werden opgeslagen. Joe kan zich niet herinneren wat Adrian deed na de dood van zijn vrouw, maar hij zou naar Spokane gereisd kunnen zijn ‘omdat hij van nature geen rust in zijn gat had’…”

Toen Carol Konynenbelt bij een andere gelegenheid met haar vader sprak, hoorde ze van hem dat de familie Clauson Bos kort in Tonasket in de staat Washington had gewoond. Ze hadden de tien acres die ze bezaten in Zillah verkocht en Clauson en Joe gingen werken in een zaagmolen waar ze bomen tot planken verzaagden. Terwijl ze daar woonden, bouwde Clauson Bos een vierkamerhuis. Voor de zijkanten van het huis gebruikte hij de buitenste planken die van een boom gezaagd werden en welke hij overnaads vast timmerde. De zaagmolen raakte na een paar maanden failliet waarop de familie Clauson Bos besloot terug te verhuizen naar Montana.

Na een leven van moordend hard werken stierf Agatha Elings op 3 januari 1926, 73 jaar oud, en werd begraven in graf S-12 van de begraafplaats van Zillah. Het lijkt logisch dat het graf nog gemarkeerd is aangezien de General Web Coordinator zonder enige moeite de geboorte- en sterfdata van zowel Agatha als Adrian verkreeg. Later in 1926 verhuisde de familie Clauson Bos terug naar Montana. In de volkstelling van 1930 werd de familie C. Bos geteld in het stadsdeel West Gallatin. In de volkstelling van 1930 werd A.J. Elings eveneens vermeld als een 73 jaar oude weduwnaar, huurder en landarbeider in Seattle. Een 25 jaar oude man genaamd John Elings, van wie men aanneemt dat hij de aangenomen zoon van Adrian was, werd geteld in Yakima maar was geboren in Montana. 29

Het is moeilijk het leven van Adrian Johan Elings na te gaan in zijn latere jaren. In 1926 bouwde zijn zoon Joe een blokhut zodat Adrian in de buurt van Joe’s huis kon wonen; maar Adrian was niet tevreden in Montana en keerde al gauw terug naar Washington. Het was alsof hij alleen nog maar in de buurt van het graf van zijn vrouw wilde blijven. Zo lang hij kon, lijkt Adrian werk te hebben gevonden in appelboomgaarden of pakhuizen. Jim Elings schreef in een brief aan C. Konynenbelt dat Adrian bij het gezin van zijn zoon Dirk inwoonde gedurende de twee jaar onmiddellijk voorafgaande aan zijn dood. Gedurende verscheidene jaren voor 1941 was dominee Dirk Elings voorganger van de Reformed Church in Yakima; vandaar dat hij waarschijnlijk toch al in veel opzichten voor zijn vader zorgde. Adrian stierf op 7 juli 1941 en werd begraven naast zijn vrouw Agatha in graf S-12 op de begraafplaats van Zillah.

Samenvattend, dit zijn de annalen van de familie Adrian J. Elings die hun halve leven in Holland woonden voordat ze besloten zich te gaan vestigen in Amerika. Na in Texas aangekomen te zijn woonden ze in een half dozijn andere gemeenschappen, staten en boerderijen voordat ze stierven in Zillah, in Yakima County in de staat Washington. Tot de dag van vandaag zijn er waarschijnlijk zo’n 1000 nazaten van dit Hollandse paar die nu verspreid zijn over het westen van de Verenigde Staten en West-Canada.

Tot besluit, de schrijvers, Carol Konynenbelt, Ron Van Zomeren en W.T. Block hebben met veel plezier deze familiegeschiedenis proberen samen te stellen waar iedere Elings nazaat trots op kan zijn. Vandaag aan de dag zijn ten minste zes generaties van afstammelingen van A. J. Elings in leven. Deze nazaten zouden eens moeten weten hoeveel tijd Carol Konynenbelt en Ron Van Zomeren er zo onbaatzuchtig in staken en tegen welke kosten voor reizen, telefoneren, benzine en computertijd ze aanliepen om dit verhaal boven water te krijgen.

Mevrouw Carol Konynenbelt en Shirley (mevrouw Ron) Van Zomeren zijn nichten en kleindochters van Clauson en Carolina Bos.

Annotaties

1  Stilwell en Crowell, “I Had a Dream,” (Port Arthur, 1972), 44-54, 75-85; T.W.L. Scheltema “A Dutch-American Railroad: The Kansas City Southern,” Knickerbocker Weekly Free Netherlands (23 november 1944), 15-18.

2  Heerenveensche Courant, 4 december 1897.

3  Familie archief van Carol Konynenbelt en Ron Van Zomeren; Overlijdensbericht met in-memoriam van Dirk Anton Elings; e-mail van Willem Frederiks van het Amsterdams Gemeente-archief aan Ron Van Zomeren, 9 april 2003. 

4  Galveston Daily News, 15 november 1897; Port Arthur (Texas) Herald, 18 november 1897; W.T. Block, “Tulip Transplants to East Texas: The Dutch Migration to Nederland, 1895-1915,” East Texas Historical Journal, XIII (najaar 1975), 36-51.

5  Marie Rienstra Fleming, “History of the Orange Hotel,” Nederland Diamond Jubilee, 15; e-mail van W. Frederiks in annotatie 3.

6  “Yearbook of the Christian Reformed Church-1899,” Calvin College (Holland, Michigan); De Grondwet, 24 mei 1898; W.T. Block, “Tulips amid the Bluebonnets,” (Beaumont, TX.), Enterprise, 9 november 1980, pagina 11B.

7  (Holland, Michigan) De Grondwet, 12 april 1898;(Port Arthur, TX.) Herald, 8 september 1898.

8  Port Arthur Herald, 8 september 1898; W.T. Block: “Tulip Transplants to East Texas: The Dutch Migration to Nederland, 1895-1915,” East Texas Historical Journal, XIII, No. 2 (najaar 1975), pagina’s 36-51.

9  Willem Beukers: “Vraag en Antwoord,” Neerlandia (publicatie van het Algemeen Nederlandsch Verbond), juli 1898, pagina’s 38-39.

10 Onderzoek door Ron van Zomeren en Carol Konynenbelt.

11 Rob Kroes: “The Persistence of Ethnicity: Dutch Calvinist Pioneers of Amsterdam, Montana.” Pagina’s 54-55.

12 Boek: “A Goodly Heritage,” pagina 9, gevonden door C. Konynenbelt.

13 Bozeman MT. Courier, 3 en 10 december 1948.

14 Ibid., 24 en 31 december 1948.

15 Ibid., 7 en 14 januari 1949.

16 “History of Conrad, MT.,” zoals te vinden op de website van de stad.

17 Gesprek van C. Konynenbelt met Gerald VandenAcre in Conrad, Montana; ook het overlijdensbericht met in-memoriam van Dick Elings dat in bezit is van David Elings.

18 Vastgelegd in Patent Record 6-G, pagina 299, en Boek 1-P, pagina 490, Teton County, Montana.; ook in Patent Boek 4,  pagina 112 en Boek 11, pagina 111 in het gerechtsgebouw van Pondera County, Montana.

19 Informatie door David Elings, de zoon van Lester Elings, verschaft aan C. Konynenbelt.

20 Gegevens aan mij verschaft door Ron Van Zomeren.

21 Informatie verschaft door C. Konynenbelt.

22 Informatie verschaft door Ken Danhof, kleinzoon van Joe Elings, en C. Konynenbelt.

23 Informatie verschaft door Ron Van Zomeren en C. Konynenbelt; Artikel XII, Synodical Achives Necrology, Biografie van D.A. Elings, pagina 162, Christian Reformed Church and School News, 17 en 31 augustus 1951.

24 Overlijdensbericht en in-memoriam van dominee Dirk Elings in Christian Herald, Church and School News, 8 juni, 17 en 31 augustus 1951.

25 E-mails van Gordon Assink uit Yakima, WA, aan Ron Van Zomeren, 24 en 28 maart 2003.

26 E-mail van C. Konynenbelt aan W.T. Block, 22 februari 2003.

27 E-mail van Ron van Zomeren, 23 februari 2003, verteld door C. Konynenbelt.

28 E-mail van C. Konynenbelt aan W.T. Block, 19 maart 2003.

29 Informatie verschaft door Mike Sweeney, State and Yakima County Coordinator van het General Web Project; informatie over de volkstelling van 1930 werd me verschaft door Ron Van Zomeren (e-mails van 28 februari en 16 maart 2003).

 

Vertaald door dr Willem Renooij, Amersfoort, Nederland.

Copyright © 1998-2018 by W. T. Block. All rights reserved.
Unless otherwise indicated, the material published on this site is copyrighted by William T. Block.
Like us on Facebook: http://www.facebook.com/WTBlock